لَا أُقْسِمُ بِهَٰذَا الْبَلَدِ1
Al-Balad
سورة البلد
Soera 90 · Mekkaans · 20 verzen
90:1Djoez 30 · p. 594
Ik zweer bij dit grondgebied,
90:2Djoez 30 · p. 594
وَأَنْتَ حِلٌّ بِهَٰذَا الْبَلَدِ2
En gij, o profeet! houd verblijf in dit grondgebied;
90:3Djoez 30 · p. 594
وَوَالِدٍ وَمَا وَلَدَ3
En bij den vader, en bij het kind;
90:4Djoez 30 · p. 594
لَقَدْ خَلَقْنَا الْإِنْسَانَ فِي كَبَدٍ4
Waarlijk, wij hebben den mensch in ellende geschapen.
90:5Djoez 30 · p. 594
أَيَحْسَبُ أَنْ لَنْ يَقْدِرَ عَلَيْهِ أَحَدٌ5
Denkt hij, dat niemand sterker is dan hij.
90:6Djoez 30 · p. 594
يَقُولُ أَهْلَكْتُ مَالًا لُبَدًا6
Hij zegt: ik heb groote rijkdommen verteerd!
90:7Djoez 30 · p. 594
أَيَحْسَبُ أَنْ لَمْ يَرَهُ أَحَدٌ7
Denkt hij, dat hem niemand ziet.
90:8Djoez 30 · p. 594
أَلَمْ نَجْعَلْ لَهُ عَيْنَيْنِ8
Hebben wij hem niet twee oogen gegeven.
90:9Djoez 30 · p. 594
وَلِسَانًا وَشَفَتَيْنِ9
En eene tong en twee lippen.
90:10Djoez 30 · p. 594
وَهَدَيْنَاهُ النَّجْدَيْنِ10
En hebben wij hem niet de twee groote wegen, des goeds en des kwaads vertoond?
90:11Djoez 30 · p. 594
فَلَا اقْتَحَمَ الْعَقَبَةَ11
En nog is hij de helling niet afgedaald.
90:12Djoez 30 · p. 594
وَمَا أَدْرَاكَ مَا الْعَقَبَةُ12
Wat zal u doen begrijpen wat de helling is?
90:13Djoez 30 · p. 594
فَكُّ رَقَبَةٍ13
Het is: den balling te bevrijden.
90:14Djoez 30 · p. 594
أَوْ إِطْعَامٌ فِي يَوْمٍ ذِي مَسْغَبَةٍ14
Of te voeden in de dagen van hongersnood.
90:15Djoez 30 · p. 594
يَتِيمًا ذَا مَقْرَبَةٍ15
Den wees, die ons verwant is.
90:16Djoez 30 · p. 594
أَوْ مِسْكِينًا ذَا مَتْرَبَةٍ16
Of den armen man, die op den grond ligt.
90:17Djoez 30 · p. 594
ثُمَّ كَانَ مِنَ الَّذِينَ آمَنُوا وَتَوَاصَوْا بِالصَّبْرِ وَتَوَاصَوْا بِالْمَرْحَمَةِ17
Wie dit doet en tot hen behoort die gelooven, en ieder ander volharding en mededoogen aanbevelen,
90:18Djoez 30 · p. 594
أُولَٰئِكَ أَصْحَابُ الْمَيْمَنَةِ18
Dezen zullen de makkers der rechterhand wezen.
90:19Djoez 30 · p. 595
وَالَّذِينَ كَفَرُوا بِآيَاتِنَا هُمْ أَصْحَابُ الْمَشْأَمَةِ19
Maar zij, die omtrent onze teekenen ongeloovig zullen zijn, dezen zullen de makkers der linkerhand wezen.
90:20Djoez 30 · p. 595
عَلَيْهِمْ نَارٌ مُؤْصَدَةٌ20
Boven hen zal zich het vuur uitstrekken.