Soera 19 · Djoez 16

Maryam · 19:4

قَالَ رَبِّ إِنِّي وَهَنَ الْعَظْمُ مِنِّي وَاشْتَعَلَ الرَّأْسُ شَيْبًا وَلَمْ أَكُنْ بِدُعَائِكَ رَبِّ شَقِيًّا

En zeide O Heer! waarlijk mijne beenderen zijn verzwakt en mijn hoofd is wit geworden door grijsheid. En ik was nimmer ongelukkig in mijne gebeden tot u, o Heer!

Tafsir

Er is geen tafsir in uw taal. Dit is Al-Mukhtasar in het Engels.

4. He said: “My Lord, indeed my bones have become weak, the white hairs on my head have increased, and I was not unsuccessful in my supplicating You. In fact, every time I supplicated You, You accepted.

Open in de lezer - Lees de hele soera