Soera 18 · Djoez 15

Al-Kahf · 18:42

وَأُحِيطَ بِثَمَرِهِ فَأَصْبَحَ يُقَلِّبُ كَفَّيْهِ عَلَىٰ مَا أَنْفَقَ فِيهَا وَهِيَ خَاوِيَةٌ عَلَىٰ عُرُوشِهَا وَيَقُولُ يَا لَيْتَنِي لَمْ أُشْرِكْ بِرَبِّي أَحَدًا

En zijne bezittingen werden door verwoesting omringd, nadat zijn makker hem gewaarschuwd had; hij draaide daarop de palmen zijner handen uit spijt en droefheid om, wegens hetgeen hij daaraan had besteed; want de wijnranken hingen aan de staken en waren van hare vruchten beroofd: Gave God, dat ik geene andere godheid met mijn Heer zou hebben vereenigd!

Tafsir

Er is geen tafsir in uw taal. Dit is Al-Mukhtasar in het Engels.

42. What the believer anticipated occurred. Destruction engulfed the fruit of the disbeliever’s garden and the disbeliever began wringing his hands on account of extreme regret and remorse over the money that he had spent on its maintenance and upkeep, whilst the garden had fallen over the supports on which the grapevines are spread out and he was saying: I wish I had believed in my Lord alone, and I had not associated anyone with Him in worship.

Open in de lezer - Lees de hele soera