Soera 16 · Djoez 14
An-Nahl · 16:62
وَيَجْعَلُونَ لِلَّهِ مَا يَكْرَهُونَ وَتَصِفُ أَلْسِنَتُهُمُ الْكَذِبَ أَنَّ لَهُمُ الْحُسْنَىٰ ۖ لَا جَرَمَ أَنَّ لَهُمُ النَّارَ وَأَنَّهُمْ مُفْرَطُونَ
Zij schrijven aan God toe wat zij zelve haten, en hunne tongen spreken eene leugen uit, als zij zeggen, dat de belooning van het paradijs voor hen is bestemd. Er bestaat geen twijfel, of het vuur der hel voor hen is gereed gemaakt, en dat zij daarin zullen nedergeworpen worden, vóór het overige deel der zondaren.
Tafsir
Er is geen tafsir in uw taal. Dit is Al-Mukhtasar in het Engels.
62. They assign to Allah, may He be glorified, females that they dislike to attribute to themselves. They claim falsely that if indeed they are resurrected then they will have the best ranks with Allah. Truly, for them is the Fire, and they will be left therein never to come out of it.
Open in de lezer - Lees de hele soera