As-Saffat

سورة الصافات

Soera 37 · Mekkaans · 182 verzen

37:1Djoez 23 · p. 446

وَالصَّافَّاتِ صَفًّا1

Ik zweer bij de engelen, die zich in orde scharen.
37:2Djoez 23 · p. 446

فَالزَّاجِرَاتِ زَجْرًا2

En bij hen die de wolken voortdrijven en verspreiden.
37:3Djoez 23 · p. 446

فَالتَّالِيَاتِ ذِكْرًا3

En bij hen, die den Koran lezen als eene vermaning,
37:4Djoez 23 · p. 446

إِنَّ إِلَٰهَكُمْ لَوَاحِدٌ4

Waarlijk, uw Heer is eenig.
37:5Djoez 23 · p. 446

رَبُّ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ وَمَا بَيْنَهُمَا وَرَبُّ الْمَشَارِقِ5

De Heer van hemel en aarde en van alles wat daartusschen is, en de Heer van het Oosten.
37:6Djoez 23 · p. 446

إِنَّا زَيَّنَّا السَّمَاءَ الدُّنْيَا بِزِينَةٍ الْكَوَاكِبِ6

Wij hebben den ondersten hemel met het versiersel der sterrren getooid.
37:7Djoez 23 · p. 446

وَحِفْظًا مِنْ كُلِّ شَيْطَانٍ مَارِدٍ7

En wij hebben daarin een wachter tegen iederen weerspannigen duivel geplaatst.
37:8Djoez 23 · p. 446

لَا يَسَّمَّعُونَ إِلَى الْمَلَإِ الْأَعْلَىٰ وَيُقْذَفُونَ مِنْ كُلِّ جَانِبٍ8

Opdat zij niet luisteren naar het gesprek der verheven vorsten (want zij worden van alle zijden bestormd),
37:9Djoez 23 · p. 446

دُحُورًا ۖ وَلَهُمْ عَذَابٌ وَاصِبٌ9

En eene zware marteling is voor hen gereed gemaakt.
37:10Djoez 23 · p. 446

إِلَّا مَنْ خَطِفَ الْخَطْفَةَ فَأَتْبَعَهُ شِهَابٌ ثَاقِبٌ10

Behalve hij, die een woord steelsgewijze opvangt, en door eene vlammende schicht wordt getroffen.
37:11Djoez 23 · p. 446

فَاسْتَفْتِهِمْ أَهُمْ أَشَدُّ خَلْقًا أَمْ مَنْ خَلَقْنَا ۚ إِنَّا خَلَقْنَاهُمْ مِنْ طِينٍ لَازِبٍ11

Vraag daarom den bewoners van Mekka, of zij van nature sterker zijn dan de engelen welke wij hebben geschapen? Waarlijk wij hebben hen van harde klei geschapen.
37:12Djoez 23 · p. 446

بَلْ عَجِبْتَ وَيَسْخَرُونَ12

Gij verbaast u over Gods macht en hunne weêrspannigheid; maar zij spotten over de bewijsmiddelen, welke aangevoerd worden om hen te overtuigen.
37:13Djoez 23 · p. 446

وَإِذَا ذُكِّرُوا لَا يَذْكُرُونَ13

Als zij gewaarschuwd worden, nemen zij geene waarschuwing aan.
37:14Djoez 23 · p. 446

وَإِذَا رَأَوْا آيَةً يَسْتَسْخِرُونَ14

En als zij iets zien, spotten zij er mede.
37:15Djoez 23 · p. 446

وَقَالُوا إِنْ هَٰذَا إِلَّا سِحْرٌ مُبِينٌ15

En zeggen: Dit is niet anders dan duidelijke tooverij.
37:16Djoez 23 · p. 446

أَإِذَا مِتْنَا وَكُنَّا تُرَابًا وَعِظَامًا أَإِنَّا لَمَبْعُوثُونَ16

Nadat wij dood zullen wezen en tot stof en beenderen zijn geworden, zullen wij dan werkelijk tot het leven worden opgewekt.
37:17Djoez 23 · p. 446

أَوَآبَاؤُنَا الْأَوَّلُونَ17

En onze voorvaderen ook?
37:18Djoez 23 · p. 446

قُلْ نَعَمْ وَأَنْتُمْ دَاخِرُونَ18

Antwoord: Ja! en dan zult gij veracht wezen.
37:19Djoez 23 · p. 446

فَإِنَّمَا هِيَ زَجْرَةٌ وَاحِدَةٌ فَإِذَا هُمْ يَنْظُرُونَ19

Er zal slechts eenmaal op de trompet worden geblazen, en zij zullen rond zien.
37:20Djoez 23 · p. 446

وَقَالُوا يَا وَيْلَنَا هَٰذَا يَوْمُ الدِّينِ20

En zullen zeggen: Wee over ons! Dit is de dag des oordeels.
37:21Djoez 23 · p. 446

هَٰذَا يَوْمُ الْفَصْلِ الَّذِي كُنْتُمْ بِهِ تُكَذِّبُونَ21

Dit is de dag der onderscheiding tusschen de rechtvaardigen en de zondaren, dien gij als eene leugen verwerpt.
37:22Djoez 23 · p. 446

۞ احْشُرُوا الَّذِينَ ظَلَمُوا وَأَزْوَاجَهُمْ وَمَا كَانُوا يَعْبُدُونَ22

Verzamel degenen, die onrechtvaardig hebben gehandeld en hunne makkers, en de afgoden welke zij aanbaden.
37:23Djoez 23 · p. 446

مِنْ دُونِ اللَّهِ فَاهْدُوهُمْ إِلَىٰ صِرَاطِ الْجَحِيمِ23

Naast God, en leidt hen op den weg der hel.
37:24Djoez 23 · p. 446

وَقِفُوهُمْ ۖ إِنَّهُمْ مَسْئُولُونَ24

En plaats hen voor Gods vierschaar; want zij zullen geroepen worden om rekenschap af te leggen.
37:25Djoez 23 · p. 447

مَا لَكُمْ لَا تَنَاصَرُونَ25

Wat deert u, dat gij elkander niet verdedigt?
37:26Djoez 23 · p. 447

بَلْ هُمُ الْيَوْمَ مُسْتَسْلِمُونَ26

Maar op dien dag zullen zij zich aan Gods oordeel onderwerpen.
37:27Djoez 23 · p. 447

وَأَقْبَلَ بَعْضُهُمْ عَلَىٰ بَعْضٍ يَتَسَاءَلُونَ27

En zij zullen elkander naderen en onder elkander twisten.
37:28Djoez 23 · p. 447

قَالُوا إِنَّكُمْ كُنْتُمْ تَأْتُونَنَا عَنِ الْيَمِينِ28

En de verleiden zullen zeggen tot hen die hen hebben verleid: Waarlijk, gij kwaamt tot ons met voorspellingen van voorspoed.
37:29Djoez 23 · p. 447

قَالُوا بَلْ لَمْ تَكُونُوا مُؤْمِنِينَ29

En de verleiders zullen antwoorden: Neen! gij waart veeleer geene ware geloovigen;
37:30Djoez 23 · p. 447

وَمَا كَانَ لَنَا عَلَيْكُمْ مِنْ سُلْطَانٍ ۖ بَلْ كُنْتُمْ قَوْمًا طَاغِينَ30

Want wij hadden geene macht over u, om u te dwingen, maar gij hebt vrijwillig gezondigd.
37:31Djoez 23 · p. 447

فَحَقَّ عَلَيْنَا قَوْلُ رَبِّنَا ۖ إِنَّا لَذَائِقُونَ31

Daarom werd het vonnis van onzen Heer rechtvaardig over ons uitgesproken, en wij zullen zekerlijk zijne wraak proeven.
37:32Djoez 23 · p. 447

فَأَغْوَيْنَاكُمْ إِنَّا كُنَّا غَاوِينَ32

Wij verleidden u, maar wij dwaalden ook zelven.
37:33Djoez 23 · p. 447

فَإِنَّهُمْ يَوْمَئِذٍ فِي الْعَذَابِ مُشْتَرِكُونَ33

Zij zullen op dezen dag dus beiden deelgenooten van dezelfde straf zijn.
37:34Djoez 23 · p. 447

إِنَّا كَذَٰلِكَ نَفْعَلُ بِالْمُجْرِمِينَ34

Zoo zullen wij met de zondaren handelen;
37:35Djoez 23 · p. 447

إِنَّهُمْ كَانُوا إِذَا قِيلَ لَهُمْ لَا إِلَٰهَ إِلَّا اللَّهُ يَسْتَكْبِرُونَ35

Want toen er tot hen werd gezegd: Er is geen god buiten den waren God, bliezen zij zich op met hoogmoed.
37:36Djoez 23 · p. 447

وَيَقُولُونَ أَئِنَّا لَتَارِكُو آلِهَتِنَا لِشَاعِرٍ مَجْنُونٍ36

En zeiden: zullen wij onze goden voor een bezeten dichter verlaten?
37:37Djoez 23 · p. 447

بَلْ جَاءَ بِالْحَقِّ وَصَدَّقَ الْمُرْسَلِينَ37

Neen! hij komt met de waarheid en legt getuigenis af voor de vroegere gezanten.
37:38Djoez 23 · p. 447

إِنَّكُمْ لَذَائِقُو الْعَذَابِ الْأَلِيمِ38

Gij zult zekerlijk de pijnlijke martelingen der hel proeven.
37:39Djoez 23 · p. 447

وَمَا تُجْزَوْنَ إِلَّا مَا كُنْتُمْ تَعْمَلُونَ39

En gij zult niet vergolden worden, dan overeenkomstig uwe werken.
37:40Djoez 23 · p. 447

إِلَّا عِبَادَ اللَّهِ الْمُخْلَصِينَ40

Maar wat de oprechte dienaren Gods betreft.
37:41Djoez 23 · p. 447

أُولَٰئِكَ لَهُمْ رِزْقٌ مَعْلُومٌ41

Zij zullen een zekeren voorraad in het paradijs hebben:
37:42Djoez 23 · p. 447

فَوَاكِهُ ۖ وَهُمْ مُكْرَمُونَ42

Namelijk heerlijke vruchten, en zij zullen geëerd worden.
37:43Djoez 23 · p. 447

فِي جَنَّاتِ النَّعِيمِ43

Zij zullen in tuinen des vermaaks geplaatst worden.
37:44Djoez 23 · p. 447

عَلَىٰ سُرُرٍ مُتَقَابِلِينَ44

Leunende in tegenover elkander geplaatste zetels.
37:45Djoez 23 · p. 447

يُطَافُ عَلَيْهِمْ بِكَأْسٍ مِنْ مَعِينٍ45

Een beker zal onder hen worden rondgereikt, gevuld aan eene heldere fontein;
37:46Djoez 23 · p. 447

بَيْضَاءَ لَذَّةٍ لِلشَّارِبِينَ46

Een heerlijkheid voor hen, die er van zullen drinken.
37:47Djoez 23 · p. 447

لَا فِيهَا غَوْلٌ وَلَا هُمْ عَنْهَا يُنْزَفُونَ47

Het zal het verstand niet benevelen, en zij zullen er niet door bedwelmd worden.
37:48Djoez 23 · p. 447

وَعِنْدَهُمْ قَاصِرَاتُ الطَّرْفِ عِينٌ48

En nabij hen zullen de maagden van het paradijs liggen, hare blikken, behalve van hunne bruidegommen, van ieder een afwendende, hebbende groote, zwarte oogen,
37:49Djoez 23 · p. 447

كَأَنَّهُنَّ بَيْضٌ مَكْنُونٌ49

En gelijkende op de eieren van een struisvogel, zorgvol met vederen bedekt.
37:50Djoez 23 · p. 447

فَأَقْبَلَ بَعْضُهُمْ عَلَىٰ بَعْضٍ يَتَسَاءَلُونَ50

En zij zullen zich tot elkander wenden, en elkander vragen doen.
37:51Djoez 23 · p. 447

قَالَ قَائِلٌ مِنْهُمْ إِنِّي كَانَ لِي قَرِينٌ51

En een van hen zal zeggen: Waarlijk, ik had een vertrouwden vriend, terwijl ik op de wereld leefde.
37:52Djoez 23 · p. 448

يَقُولُ أَإِنَّكَ لَمِنَ الْمُصَدِّقِينَ52

Die tot mij zeide: Zijt gij een van hen, die de waarheid der opstanding betuigen?
37:53Djoez 23 · p. 448

أَإِذَا مِتْنَا وَكُنَّا تُرَابًا وَعِظَامًا أَإِنَّا لَمَدِينُونَ53

Nadat wij dood zullen zijn, en tot stof en beenderen veranderd wezen, zullen wij dan zekerlijk worden geoordeeld?
37:54Djoez 23 · p. 448

قَالَ هَلْ أَنْتُمْ مُطَّلِعُونَ54

Dan zal hij tot zijne makkers zeggen: Wilt gij nederzien?
37:55Djoez 23 · p. 448

فَاطَّلَعَ فَرَآهُ فِي سَوَاءِ الْجَحِيمِ55

En zij zullen nederzien en hem in het midden der hel ontwaren.
37:56Djoez 23 · p. 448

قَالَ تَاللَّهِ إِنْ كِدْتَ لَتُرْدِينِ56

En hij zal tot hem zeggen: Bij God! er ontbrak weinig aan, of gij hadt mij verdorven.
37:57Djoez 23 · p. 448

وَلَوْلَا نِعْمَةُ رَبِّي لَكُنْتُ مِنَ الْمُحْضَرِينَ57

En was het niet door de genade van mijnen Heer, dan ware ik zeker aan eene eeuwige marteling overgeleverd geworden.
37:58Djoez 23 · p. 448

أَفَمَا نَحْنُ بِمَيِّتِينَ58

Zullen wij een anderen dan onzen eersten dood sterven?
37:59Djoez 23 · p. 448

إِلَّا مَوْتَتَنَا الْأُولَىٰ وَمَا نَحْنُ بِمُعَذَّبِينَ59

Of ondergaan wij eenige straf?
37:60Djoez 23 · p. 448

إِنَّ هَٰذَا لَهُوَ الْفَوْزُ الْعَظِيمُ60

Waarlijk, wij genieten eene groote gelukzaligheid.
37:61Djoez 23 · p. 448

لِمِثْلِ هَٰذَا فَلْيَعْمَلِ الْعَامِلُونَ61

Laten de arbeiders arbeiden om eene gelukzaligheid gelijk deze te verwerven.
37:62Djoez 23 · p. 448

أَذَٰلِكَ خَيْرٌ نُزُلًا أَمْ شَجَرَةُ الزَّقُّومِ62

Is dit een beter onthaal, of de boom van al Zakkum?
37:63Djoez 23 · p. 448

إِنَّا جَعَلْنَاهَا فِتْنَةً لِلظَّالِمِينَ63

Waarlijk, wij hebben dien aangeduid als eene aanleiding tot twist onder de onrechtvaardigen
37:64Djoez 23 · p. 448

إِنَّهَا شَجَرَةٌ تَخْرُجُ فِي أَصْلِ الْجَحِيمِ64

Het is een boom die aan den bodem der hel ontspruit.
37:65Djoez 23 · p. 448

طَلْعُهَا كَأَنَّهُ رُءُوسُ الشَّيَاطِينِ65

De vrucht daarvan gelijkt op de hoofden van duivelen.
37:66Djoez 23 · p. 448

فَإِنَّهُمْ لَآكِلُونَ مِنْهَا فَمَالِئُونَ مِنْهَا الْبُطُونَ66

De verdoemden zullen daarvan eten, en hunne buiken daarmede vullen.
37:67Djoez 23 · p. 448

ثُمَّ إِنَّ لَهُمْ عَلَيْهَا لَشَوْبًا مِنْ حَمِيمٍ67

Vervolgens zal hun een mengsel van vuil en kokend water te drinken worden gegeven.
37:68Djoez 23 · p. 448

ثُمَّ إِنَّ مَرْجِعَهُمْ لَإِلَى الْجَحِيمِ68

Daarna zullen zij in de hel terugkeeren.
37:69Djoez 23 · p. 448

إِنَّهُمْ أَلْفَوْا آبَاءَهُمْ ضَالِّينَ69

Zij bevonden dat hunne vaderen dwalende waren.
37:70Djoez 23 · p. 448

فَهُمْ عَلَىٰ آثَارِهِمْ يُهْرَعُونَ70

En zij traden haastig in hunne voetstappen;
37:71Djoez 23 · p. 448

وَلَقَدْ ضَلَّ قَبْلَهُمْ أَكْثَرُ الْأَوَّلِينَ71

Want het meerendeel der oude volken dwaalden vóór hen.
37:72Djoez 23 · p. 448

وَلَقَدْ أَرْسَلْنَا فِيهِمْ مُنْذِرِينَ72

Wij zonden vroeger waarschuwers tot hen;
37:73Djoez 23 · p. 448

فَانْظُرْ كَيْفَ كَانَ عَاقِبَةُ الْمُنْذَرِينَ73

Maar zie hoe ellendig het einde was van degenen, die gewaarschuwd werden.
37:74Djoez 23 · p. 448

إِلَّا عِبَادَ اللَّهِ الْمُخْلَصِينَ74

En die niet onze oprechte dienaren waren.
37:75Djoez 23 · p. 448

وَلَقَدْ نَادَانَا نُوحٌ فَلَنِعْمَ الْمُجِيبُونَ75

Noach riep ons in vroegere dagen aan, en wij verhoorden hem genadiglijk.
37:76Djoez 23 · p. 448

وَنَجَّيْنَاهُ وَأَهْلَهُ مِنَ الْكَرْبِ الْعَظِيمِ76

En wij bevrijdden hem en zijn gezin uit de groote ellende.
37:77Djoez 23 · p. 449

وَجَعَلْنَا ذُرِّيَّتَهُ هُمُ الْبَاقِينَ77

Wij deden zijne nakomelingschap den zondvloed overleven, om de aarde te bevolken.
37:78Djoez 23 · p. 449

وَتَرَكْنَا عَلَيْهِ فِي الْآخِرِينَ78

En wij lieten hem de volgende begroeting door de verste nakomelingschap geven:
37:79Djoez 23 · p. 449

سَلَامٌ عَلَىٰ نُوحٍ فِي الْعَالَمِينَ79

Vrede zij op Noach onder alle schepselen!
37:80Djoez 23 · p. 449

إِنَّا كَذَٰلِكَ نَجْزِي الْمُحْسِنِينَ80

Zoo beloonen wij de rechtvaardigen.
37:81Djoez 23 · p. 449

إِنَّهُ مِنْ عِبَادِنَا الْمُؤْمِنِينَ81

Want hij was een van onze dienaren, de ware geloovigen.
37:82Djoez 23 · p. 449

ثُمَّ أَغْرَقْنَا الْآخَرِينَ82

Daarna verdronken wij de anderen.
37:83Djoez 23 · p. 449

۞ وَإِنَّ مِنْ شِيعَتِهِ لَإِبْرَاهِيمَ83

Abraham was mede van zijnen godsdienst;
37:84Djoez 23 · p. 449

إِذْ جَاءَ رَبَّهُ بِقَلْبٍ سَلِيمٍ84

Toen hij met een volkomen hart tot zijn Heer kwam.
37:85Djoez 23 · p. 449

إِذْ قَالَ لِأَبِيهِ وَقَوْمِهِ مَاذَا تَعْبُدُونَ85

Toen hij tot zijn vader en zijn volk zeide: Wat vreest gij?
37:86Djoez 23 · p. 449

أَئِفْكًا آلِهَةً دُونَ اللَّهِ تُرِيدُونَ86

Kiest gij bij voorkeur valsche goden boven den waren God?
37:87Djoez 23 · p. 449

فَمَا ظَنُّكُمْ بِرَبِّ الْعَالَمِينَ87

Wat is dus uwe meening opzichtens den Heer aller schepselen?
37:88Djoez 23 · p. 449

فَنَظَرَ نَظْرَةً فِي النُّجُومِ88

En hij beschouwde de sterren.
37:89Djoez 23 · p. 449

فَقَالَ إِنِّي سَقِيمٌ89

En zeide: Waarlijk, ik zal ziek wezen en niet bij uwe offeringen tegenwoordig zijn.
37:90Djoez 23 · p. 449

فَتَوَلَّوْا عَنْهُ مُدْبِرِينَ90

En zij keerden zich af en verlieten hem.
37:91Djoez 23 · p. 449

فَرَاغَ إِلَىٰ آلِهَتِهِمْ فَقَالَ أَلَا تَأْكُلُونَ91

En Abraham wendde zich in het geheim tot hunne goden, en zeide spottende tot hen: Eet gij niet van het vleesch dat u is voorgezet?
37:92Djoez 23 · p. 449

مَا لَكُمْ لَا تَنْطِقُونَ92

Wat deert u, dat gij niet spreekt?
37:93Djoez 23 · p. 449

فَرَاغَ عَلَيْهِمْ ضَرْبًا بِالْيَمِينِ93

En hij keerde zich tot hen, en sloeg hen met zijne rechterhand en vernietigde hen.
37:94Djoez 23 · p. 449

فَأَقْبَلُوا إِلَيْهِ يَزِفُّونَ94

En zijn volk kwam haastig tot hem.
37:95Djoez 23 · p. 449

قَالَ أَتَعْبُدُونَ مَا تَنْحِتُونَ95

Hij zeide: Aanbidt gij de beelden die gij zelven snijdt?
37:96Djoez 23 · p. 449

وَاللَّهُ خَلَقَكُمْ وَمَا تَعْمَلُونَ96

Terwijl God u heeft geschapen en ook datgene wat gij maakt.
37:97Djoez 23 · p. 449

قَالُوا ابْنُوا لَهُ بُنْيَانًا فَأَلْقُوهُ فِي الْجَحِيمِ97

Zij zeiden: Richt een brandstapel voor hem op en werp hem in het gloeiende vuur.
37:98Djoez 23 · p. 449

فَأَرَادُوا بِهِ كَيْدًا فَجَعَلْنَاهُمُ الْأَسْفَلِينَ98

En zij smeedden eene list tegen hem. Maar wij deden hem het onderspit delven en bevrijdden hem.
37:99Djoez 23 · p. 449

وَقَالَ إِنِّي ذَاهِبٌ إِلَىٰ رَبِّي سَيَهْدِينِ99

En Abraham zeide: Waarlijk, ik ga tot mijnen Heer, die mij zal richten.
37:100Djoez 23 · p. 449

رَبِّ هَبْ لِي مِنَ الصَّالِحِينَ100

O Heer! geef mij eene rechtvaardige nakomelingschap.
37:101Djoez 23 · p. 449

فَبَشَّرْنَاهُ بِغُلَامٍ حَلِيمٍ101

Daarom maakten wij hem bekend, dat hij een zoon zou bekomen, die een zachten aard zou hebben.
37:102Djoez 23 · p. 449

فَلَمَّا بَلَغَ مَعَهُ السَّعْيَ قَالَ يَا بُنَيَّ إِنِّي أَرَىٰ فِي الْمَنَامِ أَنِّي أَذْبَحُكَ فَانْظُرْ مَاذَا تَرَىٰ ۚ قَالَ يَا أَبَتِ افْعَلْ مَا تُؤْمَرُ ۖ سَتَجِدُنِي إِنْ شَاءَ اللَّهُ مِنَ الصَّابِرِينَ102

En toen hij den ouderdom der jongelingschap had bereikt, en zich met hem in de verrichtingen van den godsdienst kon vereenigen. Zeide Abraham tot hem: O mijn zoon! waarlijk, ik zag in een droom, dat ik u als eene offerande zoude aanbieden. Overweeg dus wat gij meent, dat ik zal doen. Hij antwoordde: O mijn vader! doe wat u bevolen werd; indien het Gode behaagt, zult gij bevinden dat ik het lijdzaam zal ondergaan.
37:103Djoez 23 · p. 450

فَلَمَّا أَسْلَمَا وَتَلَّهُ لِلْجَبِينِ103

En toen zij beiden zich aan den goddelijken wil hadden onderworpen, en Abraham zijn zoon voorover op het aangezicht had gelegd.
37:104Djoez 23 · p. 450

وَنَادَيْنَاهُ أَنْ يَا إِبْرَاهِيمُ104

Riepen wij hem toe: O Abraham!
37:105Djoez 23 · p. 450

قَدْ صَدَّقْتَ الرُّؤْيَا ۚ إِنَّا كَذَٰلِكَ نَجْزِي الْمُحْسِنِينَ105

Gij hebt aan uw visioen geloofd. Zoo beloonen wij den rechtvaardige.
37:106Djoez 23 · p. 450

إِنَّ هَٰذَا لَهُوَ الْبَلَاءُ الْمُبِينُ106

Waarlijk, dit was eene duidelijke proef.
37:107Djoez 23 · p. 450

وَفَدَيْنَاهُ بِذِبْحٍ عَظِيمٍ107

En wij losten zijn zoon met een edel slachtoffer uit.
37:108Djoez 23 · p. 450

وَتَرَكْنَا عَلَيْهِ فِي الْآخِرِينَ108

En wij lieten hem de volgende groete door de verste nakomelingschap bewaren;
37:109Djoez 23 · p. 450

سَلَامٌ عَلَىٰ إِبْرَاهِيمَ109

Namelijk: Vrede zij op Abraham!
37:110Djoez 23 · p. 450

كَذَٰلِكَ نَجْزِي الْمُحْسِنِينَ110

Zoo beloonen wij den rechtvaardige;
37:111Djoez 23 · p. 450

إِنَّهُ مِنْ عِبَادِنَا الْمُؤْمِنِينَ111

Want hij was een onzer geloovige dienaren.
37:112Djoez 23 · p. 450

وَبَشَّرْنَاهُ بِإِسْحَاقَ نَبِيًّا مِنَ الصَّالِحِينَ112

Wij verblijdden hem met de belofte van Izaäk, een rechtvaardigen profeet.
37:113Djoez 23 · p. 450

وَبَارَكْنَا عَلَيْهِ وَعَلَىٰ إِسْحَاقَ ۚ وَمِنْ ذُرِّيَّتِهِمَا مُحْسِنٌ وَظَالِمٌ لِنَفْسِهِ مُبِينٌ113

En wij zegenden hem en Izaäk; en onder hunne nakomelingschap waren eenige rechtvaardigen, en anderen, die klaarblijkelijk hunne eigene zielen nadeel toebrachten.
37:114Djoez 23 · p. 450

وَلَقَدْ مَنَنَّا عَلَىٰ مُوسَىٰ وَهَارُونَ114

Wij waren ook vroeger genadig omtrent Mozes en Aäron.
37:115Djoez 23 · p. 450

وَنَجَّيْنَاهُمَا وَقَوْمَهُمَا مِنَ الْكَرْبِ الْعَظِيمِ115

En wij bevrijdden hen en hun volk van eene groote ellende.
37:116Djoez 23 · p. 450

وَنَصَرْنَاهُمْ فَكَانُوا هُمُ الْغَالِبِينَ116

Wij ondersteunden hen tegen de Egyptenaren, en zij werden overwinnaars.
37:117Djoez 23 · p. 450

وَآتَيْنَاهُمَا الْكِتَابَ الْمُسْتَبِينَ117

Wij gaven hun het duidelijke boek der wet.
37:118Djoez 23 · p. 450

وَهَدَيْنَاهُمَا الصِّرَاطَ الْمُسْتَقِيمَ118

Wij leidden hen op den rechten weg.
37:119Djoez 23 · p. 450

وَتَرَكْنَا عَلَيْهِمَا فِي الْآخِرِينَ119

En wij lieten de volgende groete door de verste nakomelingschap voor hen bewaren;
37:120Djoez 23 · p. 450

سَلَامٌ عَلَىٰ مُوسَىٰ وَهَارُونَ120

Namelijk: Vrede zij op Mozes en Aäron!
37:121Djoez 23 · p. 450

إِنَّا كَذَٰلِكَ نَجْزِي الْمُحْسِنِينَ121

Zoo beloonen wij de rechtvaardigen.
37:122Djoez 23 · p. 450

إِنَّهُمَا مِنْ عِبَادِنَا الْمُؤْمِنِينَ122

Want zij waren twee onzer geloovige dienaren.
37:123Djoez 23 · p. 450

وَإِنَّ إِلْيَاسَ لَمِنَ الْمُرْسَلِينَ123

En Elias was mede een dergenen, die door ons werden gezonden.
37:124Djoez 23 · p. 450

إِذْ قَالَ لِقَوْمِهِ أَلَا تَتَّقُونَ124

Toen hij tot zijn volk zeide: Vreest gij God niet?
37:125Djoez 23 · p. 450

أَتَدْعُونَ بَعْلًا وَتَذَرُونَ أَحْسَنَ الْخَالِقِينَ125

Roept gij Baal aan, en verzaakt gij den uitmuntendsten schepper?
37:126Djoez 23 · p. 450

اللَّهَ رَبَّكُمْ وَرَبَّ آبَائِكُمُ الْأَوَّلِينَ126

God is uw Heer en de Heer uwer voorvaderen.
37:127Djoez 23 · p. 451

فَكَذَّبُوهُ فَإِنَّهُمْ لَمُحْضَرُونَ127

Maar zij beschuldigden hem van bedrog.
37:128Djoez 23 · p. 451

إِلَّا عِبَادَ اللَّهِ الْمُخْلَصِينَ128

Weshalve zij aan de eeuwige straf zullen worden overgeleverd, behalve de oprechte dienaren Gods
37:129Djoez 23 · p. 451

وَتَرَكْنَا عَلَيْهِ فِي الْآخِرِينَ129

En wij lieten de volgende groete door de verste nakomelingschap voor hem bewaren.
37:130Djoez 23 · p. 451

سَلَامٌ عَلَىٰ إِلْ يَاسِينَ130

Namelijk: Vrede zij op Ilyasin!
37:131Djoez 23 · p. 451

إِنَّا كَذَٰلِكَ نَجْزِي الْمُحْسِنِينَ131

Zoo beloonen wij den rechtvaardige.
37:132Djoez 23 · p. 451

إِنَّهُ مِنْ عِبَادِنَا الْمُؤْمِنِينَ132

Want hij was een onzer geloovige dienaren.
37:133Djoez 23 · p. 451

وَإِنَّ لُوطًا لَمِنَ الْمُرْسَلِينَ133

En Lot was mede een dergenen, die door ons werden gezonden.
37:134Djoez 23 · p. 451

إِذْ نَجَّيْنَاهُ وَأَهْلَهُ أَجْمَعِينَ134

Toen wij hem en zijn geheel gezin bevrijden.
37:135Djoez 23 · p. 451

إِلَّا عَجُوزًا فِي الْغَابِرِينَ135

Behalve eene oude vrouw, zijne huisvrouw, die omkwam met hen die achterbleven.
37:136Djoez 23 · p. 451

ثُمَّ دَمَّرْنَا الْآخَرِينَ136

Daarna verdelgden wij de anderen.
37:137Djoez 23 · p. 451

وَإِنَّكُمْ لَتَمُرُّونَ عَلَيْهِمْ مُصْبِحِينَ137

En gij, o bewoners van Mekka! komt de plaatsen voorbij waar zij eens hebben gewoond, als gij des ochtends reist.
37:138Djoez 23 · p. 451

وَبِاللَّيْلِ ۗ أَفَلَا تَعْقِلُونَ138

En des nachts. Zult gij dan niet begrijpen?
37:139Djoez 23 · p. 451

وَإِنَّ يُونُسَ لَمِنَ الْمُرْسَلِينَ139

Jonas was mede een dergenen die door ons werden gezonden.
37:140Djoez 23 · p. 451

إِذْ أَبَقَ إِلَى الْفُلْكِ الْمَشْحُونِ140

Toen hij in een geladen schip vluchtte.
37:141Djoez 23 · p. 451

فَسَاهَمَ فَكَانَ مِنَ الْمُدْحَضِينَ141

En zij die aan boord waren, lootten onder elkander en hij werd veroordeeld.
37:142Djoez 23 · p. 451

فَالْتَقَمَهُ الْحُوتُ وَهُوَ مُلِيمٌ142

En de visch verzwolg hem; want hij had eene bestraffing verdiend.
37:143Djoez 23 · p. 451

فَلَوْلَا أَنَّهُ كَانَ مِنَ الْمُسَبِّحِينَ143

En indien hij niet eene ware geweest van hen die God loven.
37:144Djoez 23 · p. 451

لَلَبِثَ فِي بَطْنِهِ إِلَىٰ يَوْمِ يُبْعَثُونَ144

Waarlijk, dan ware hij, tot den dag der opstanding, in den buik van den visch gebleven.
37:145Djoez 23 · p. 451

۞ فَنَبَذْنَاهُ بِالْعَرَاءِ وَهُوَ سَقِيمٌ145

En wij wierpen hem op het naakte strand, en hij was ziek.
37:146Djoez 23 · p. 451

وَأَنْبَتْنَا عَلَيْهِ شَجَرَةً مِنْ يَقْطِينٍ146

Wij deden een pompoenplant over hem heen groeien.
37:147Djoez 23 · p. 451

وَأَرْسَلْنَاهُ إِلَىٰ مِائَةِ أَلْفٍ أَوْ يَزِيدُونَ147

Wij zonden hem daarna tot een volk van honderdduizend zielen of meer.
37:148Djoez 23 · p. 451

فَآمَنُوا فَمَتَّعْنَاهُمْ إِلَىٰ حِينٍ148

En zij geloofden: daarom lieten wij hun dit leven nog voor eenigen tijd genieten.
37:149Djoez 23 · p. 451

فَاسْتَفْتِهِمْ أَلِرَبِّكَ الْبَنَاتُ وَلَهُمُ الْبَنُونَ149

Vraag aan de bewoners van Mekka of uw Heer dochters heeft gelijk zij zonen hebben?
37:150Djoez 23 · p. 451

أَمْ خَلَقْنَا الْمَلَائِكَةَ إِنَاثًا وَهُمْ شَاهِدُونَ150

Hebben wij ook de engelen van het vrouwelijke geslacht geschapen, en waren zij er getuigen van?
37:151Djoez 23 · p. 451

أَلَا إِنَّهُمْ مِنْ إِفْكِهِمْ لَيَقُولُونَ151

Zeggen zij niet, volgens hunne eigene, valsche uitvinding:
37:152Djoez 23 · p. 451

وَلَدَ اللَّهُ وَإِنَّهُمْ لَكَاذِبُونَ152

God heeft eene nakomelingschap gebaard? en zij zijn niet werkelijk leugenaars?
37:153Djoez 23 · p. 451

أَصْطَفَى الْبَنَاتِ عَلَى الْبَنِينَ153

Heeft hij bij voorkeur dochters boven zonen verkozen?
37:154Djoez 23 · p. 452

مَا لَكُمْ كَيْفَ تَحْكُمُونَ154

Gij hebt geene reden aldus te oordeelen.
37:155Djoez 23 · p. 452

أَفَلَا تَذَكَّرُونَ155

Wilt gij dus niet vermaand wezen?
37:156Djoez 23 · p. 452

أَمْ لَكُمْ سُلْطَانٌ مُبِينٌ156

Of hebt gij een duidelijk bewijs voor hetgeen gij zegt?
37:157Djoez 23 · p. 452

فَأْتُوا بِكِتَابِكُمْ إِنْ كُنْتُمْ صَادِقِينَ157

Brengt thans uw boek der openbaringen voor den dag, indien gij de waarheid spreekt.
37:158Djoez 23 · p. 452

وَجَعَلُوا بَيْنَهُ وَبَيْنَ الْجِنَّةِ نَسَبًا ۚ وَلَقَدْ عَلِمَتِ الْجِنَّةُ إِنَّهُمْ لَمُحْضَرُونَ158

En zij maken hem tot een verwante der geniussen, terwijl de geniussen weten, dat hij, die zulke dingen verklaart, aan de eeuwige straf zal worden overgeleverd.
37:159Djoez 23 · p. 452

سُبْحَانَ اللَّهِ عَمَّا يَصِفُونَ159

(God is verheven, boven datgene wat zij nopens hem verklaren):
37:160Djoez 23 · p. 452

إِلَّا عِبَادَ اللَّهِ الْمُخْلَصِينَ160

Maar niet Gods oprechte dienaren.
37:161Djoez 23 · p. 452

فَإِنَّكُمْ وَمَا تَعْبُدُونَ161

Maar gij en de goden, welke gij aanbidt,
37:162Djoez 23 · p. 452

مَا أَنْتُمْ عَلَيْهِ بِفَاتِنِينَ162

Zullen niemand nopens God verleiden.
37:163Djoez 23 · p. 452

إِلَّا مَنْ هُوَ صَالِ الْجَحِيمِ163

Behalve hem die bestemd is om in de hel verbrand te worden.
37:164Djoez 23 · p. 452

وَمَا مِنَّا إِلَّا لَهُ مَقَامٌ مَعْلُومٌ164

Er is niemand van ons, of hij heeft een bestemde plaats.
37:165Djoez 23 · p. 452

وَإِنَّا لَنَحْنُ الصَّافُّونَ165

Wij scharen ons in orde,
37:166Djoez 23 · p. 452

وَإِنَّا لَنَحْنُ الْمُسَبِّحُونَ166

Gods bevelen afwachtende, en wij verkondigen den goddelijken lof.
37:167Djoez 23 · p. 452

وَإِنْ كَانُوا لَيَقُولُونَ167

De ongeloovigen zeiden:
37:168Djoez 23 · p. 452

لَوْ أَنَّ عِنْدَنَا ذِكْرًا مِنَ الْأَوَّلِينَ168

Indien wij door een boek met goddelijke openbaringen waren begunstigd geworden, van diegene welke aan de ouden werden geschonken.
37:169Djoez 23 · p. 452

لَكُنَّا عِبَادَ اللَّهِ الْمُخْلَصِينَ169

Zouden wij zeker oprechte dienaren Gods zijn geweest;
37:170Djoez 23 · p. 452

فَكَفَرُوا بِهِ ۖ فَسَوْفَ يَعْلَمُونَ170

Maar thans, nu de Koran is geopenbaard, gelooven zij daarin niet; doch hier namaals zullen zij het gevolg van hun ongeloof kennen.
37:171Djoez 23 · p. 452

وَلَقَدْ سَبَقَتْ كَلِمَتُنَا لِعِبَادِنَا الْمُرْسَلِينَ171

Ons woord werd vroeger aan onze dienaren, de gezanten, gegeven.
37:172Djoez 23 · p. 452

إِنَّهُمْ لَهُمُ الْمَنْصُورُونَ172

Dat zij zekerlijk tegen de ongeloovigen zouden ondersteund worden,
37:173Djoez 23 · p. 452

وَإِنَّ جُنْدَنَا لَهُمُ الْغَالِبُونَ173

En dat onze legers de overwinning zouden behalen.
37:174Djoez 23 · p. 452

فَتَوَلَّ عَنْهُمْ حَتَّىٰ حِينٍ174

Wend u dus gedurende eenen tijd van hen af.
37:175Djoez 23 · p. 452

وَأَبْصِرْهُمْ فَسَوْفَ يُبْصِرُونَ175

En zie de rampen die hen zullen bedroeven; want zij zullen uwe toekomstige overwinning en uwen voorspoed zien.
37:176Djoez 23 · p. 452

أَفَبِعَذَابِنَا يَسْتَعْجِلُونَ176

Trachten zij daarom onze wraak te verhaasten?
37:177Djoez 23 · p. 452

فَإِذَا نَزَلَ بِسَاحَتِهِمْ فَسَاءَ صَبَاحُ الْمُنْذَرِينَ177

Waarlijk, wanneer die in hunne afgesloten hoven zal nederdalen, zal het een slechte ochtend zijn voor hen, die te vergeefs werden gewaarschuwd.
37:178Djoez 23 · p. 452

وَتَوَلَّ عَنْهُمْ حَتَّىٰ حِينٍ178

Wend u dus voor eenigen tijd van hen af.
37:179Djoez 23 · p. 452

وَأَبْصِرْ فَسَوْفَ يُبْصِرُونَ179

Hierna zullen zij uwe overwinning en hunne straf ontwaren.
37:180Djoez 23 · p. 452

سُبْحَانَ رَبِّكَ رَبِّ الْعِزَّةِ عَمَّا يَصِفُونَ180

Geloofd zij uw Heer, de Heer die verre verheven is boven hetgeen zij van hem verklaren!
37:181Djoez 23 · p. 452

وَسَلَامٌ عَلَى الْمُرْسَلِينَ181

Vrede zij op zijne gezanten.
37:182Djoez 23 · p. 452

وَالْحَمْدُ لِلَّهِ رَبِّ الْعَالَمِينَ182

En geloofd zij God, de Heer van alle schepselen!

Afspelen vanaf het begin van de soera

Sahl Yaseen - As-Saffat · Tlawati