At-Tur

سورة الطور

Soera 52 · Mekkaans · 49 verzen

52:1Djoez 27 · p. 523

وَالطُّورِ1

Ik zweer bij den berg Sinaï.
52:2Djoez 27 · p. 523

وَكِتَابٍ مَسْطُورٍ2

En bij het boek, geschreven
52:3Djoez 27 · p. 523

فِي رَقٍّ مَنْشُورٍ3

Op eene afgewikkelde rol.
52:4Djoez 27 · p. 523

وَالْبَيْتِ الْمَعْمُورِ4

En bij het bezochte huis,
52:5Djoez 27 · p. 523

وَالسَّقْفِ الْمَرْفُوعِ5

En bij het verheven dak des hemels.
52:6Djoez 27 · p. 523

وَالْبَحْرِ الْمَسْجُورِ6

En bij den zwellenden oceaan.
52:7Djoez 27 · p. 523

إِنَّ عَذَابَ رَبِّكَ لَوَاقِعٌ7

Waarlijk de straf van uwen Heer zal zekerlijk nederdalen.
52:8Djoez 27 · p. 523

مَا لَهُ مِنْ دَافِعٍ8

Niemand zal haar kunnen terughouden.
52:9Djoez 27 · p. 523

يَوْمَ تَمُورُ السَّمَاءُ مَوْرًا9

Op dien dag zullen de hemelen schudden en waggelen.
52:10Djoez 27 · p. 523

وَتَسِيرُ الْجِبَالُ سَيْرًا10

En de bergen zullen wandelen en weggaan.
52:11Djoez 27 · p. 523

فَوَيْلٌ يَوْمَئِذٍ لِلْمُكَذِّبِينَ11

En wee op dien dag over hen, die Gods gezanten van bedrog beschuldigen.
52:12Djoez 27 · p. 523

الَّذِينَ هُمْ فِي خَوْضٍ يَلْعَبُونَ12

Die zich vermaken door zich in ijdele twisten te mengen.
52:13Djoez 27 · p. 523

يَوْمَ يُدَعُّونَ إِلَىٰ نَارِ جَهَنَّمَ دَعًّا13

Op dien dag zullen zij naar het hellevuur gedreven en er in geworpen worden.
52:14Djoez 27 · p. 523

هَٰذِهِ النَّارُ الَّتِي كُنْتُمْ بِهَا تُكَذِّبُونَ14

En men zal tot hen zeggen: Dit is het vuur, dat gij als een verdichtsel hebt geloochend.
52:15Djoez 27 · p. 524

أَفَسِحْرٌ هَٰذَا أَمْ أَنْتُمْ لَا تُبْصِرُونَ15

Is dit eene beguichelende verbeelding? Of ziet gij niet?
52:16Djoez 27 · p. 524

اصْلَوْهَا فَاصْبِرُوا أَوْ لَا تَصْبِرُوا سَوَاءٌ عَلَيْكُمْ ۖ إِنَّمَا تُجْزَوْنَ مَا كُنْتُمْ تَعْمَلُونَ16

Treedt er binnen, om verschroeid te worden. Hetzij gij uwe marteling geduldig of ongeduldig verdraagt, het zal voor u gelijk wezen: gij zult zekerlijk de vergelding ontvangen, van hetgeen gij hebt verricht.
52:17Djoez 27 · p. 524

إِنَّ الْمُتَّقِينَ فِي جَنَّاتٍ وَنَعِيمٍ17

Maar de vromen zullen te midden van tuinen en vermaken wonen.
52:18Djoez 27 · p. 524

فَاكِهِينَ بِمَا آتَاهُمْ رَبُّهُمْ وَوَقَاهُمْ رَبُّهُمْ عَذَابَ الْجَحِيمِ18

Zich verlustigende, in hetgeen hun Heer hun zal hebben gegeven; en hun Heer zal hen van de pijnen der hel bevrijden.
52:19Djoez 27 · p. 524

كُلُوا وَاشْرَبُوا هَنِيئًا بِمَا كُنْتُمْ تَعْمَلُونَ19

En men zal tot hen zeggen: Verzadigt u met de zegeningen, welke u zijn aangeboden, wegens hetgeen gij hebt verricht.
52:20Djoez 27 · p. 524

مُتَّكِئِينَ عَلَىٰ سُرُرٍ مَصْفُوفَةٍ ۖ وَزَوَّجْنَاهُمْ بِحُورٍ عِينٍ20

Leunende op in orde geschikte zetels. Wij zullen hen maagden met groote, zwarte oogen doen huwen.
52:21Djoez 27 · p. 524

وَالَّذِينَ آمَنُوا وَاتَّبَعَتْهُمْ ذُرِّيَّتُهُمْ بِإِيمَانٍ أَلْحَقْنَا بِهِمْ ذُرِّيَّتَهُمْ وَمَا أَلَتْنَاهُمْ مِنْ عَمَلِهِمْ مِنْ شَيْءٍ ۚ كُلُّ امْرِئٍ بِمَا كَسَبَ رَهِينٌ21

En bij hen, die gelooven, en wier nakomelingschap hen in het geloof volgt, zullen wij hunne nakomelingschap in het paradijs voegen. Wij zullen niets van de verdienste hunner werken verminderen. (Ieder mensch strekt tot gijzelaar, voor hetgeen hij zal hebben verricht).
52:22Djoez 27 · p. 524

وَأَمْدَدْنَاهُمْ بِفَاكِهَةٍ وَلَحْمٍ مِمَّا يَشْتَهُونَ22

En wij zullen hun vruchten in overvloed geven, en vleesch van de soorten welke zij zullen begeeren.
52:23Djoez 27 · p. 524

يَتَنَازَعُونَ فِيهَا كَأْسًا لَا لَغْوٌ فِيهَا وَلَا تَأْثِيمٌ23

Daar zulllen zij elkander een beker aanbieden, waardoor geen ijdel gesprek, of zonde zal worden uitgelokt.
52:24Djoez 27 · p. 524

۞ وَيَطُوفُ عَلَيْهِمْ غِلْمَانٌ لَهُمْ كَأَنَّهُمْ لُؤْلُؤٌ مَكْنُونٌ24

En kinderen, aangewezen om hem te bedienen, zullen rondgaan, schoon als paarlen in hare schelpen verborgen.
52:25Djoez 27 · p. 524

وَأَقْبَلَ بَعْضُهُمْ عَلَىٰ بَعْضٍ يَتَسَاءَلُونَ25

En zij zullen elkander naderen en wederkeerig vragen doen.
52:26Djoez 27 · p. 524

قَالُوا إِنَّا كُنَّا قَبْلُ فِي أَهْلِنَا مُشْفِقِينَ26

En zij zullen zeggen: Waarlijk wij verkeerden vroeger, te midden van ons gezin, in groote vrees, nopens onzen staat na den dood.
52:27Djoez 27 · p. 524

فَمَنَّ اللَّهُ عَلَيْنَا وَوَقَانَا عَذَابَ السَّمُومِ27

Maar God is ons genadig geweest, en heeft ons van de pijn van het brandende vuur verlost.
52:28Djoez 27 · p. 524

إِنَّا كُنَّا مِنْ قَبْلُ نَدْعُوهُ ۖ إِنَّهُ هُوَ الْبَرُّ الرَّحِيمُ28

Wij riepen hem vroeger aan, en hij is goed en barmhartig.
52:29Djoez 27 · p. 524

فَذَكِّرْ فَمَا أَنْتَ بِنِعْمَتِ رَبِّكَ بِكَاهِنٍ وَلَا مَجْنُونٍ29

Derhalve, o profeet! vermaan gij uw volk. Gij zijt door de genade van uwen Heer noch een waarzegger, noch een bezetene.
52:30Djoez 27 · p. 524

أَمْ يَقُولُونَ شَاعِرٌ نَتَرَبَّصُ بِهِ رَيْبَ الْمَنُونِ30

Zeggen zij: Hij is een dichter; wij verwachten, dat hij door een of anderen tegenspoed zal worden getroffen.
52:31Djoez 27 · p. 524

قُلْ تَرَبَّصُوا فَإِنِّي مَعَكُمْ مِنَ الْمُتَرَبِّصِينَ31

Zeg: Wacht gij mijn ongeluk? Waarlijk, ik wacht, met u, den tijd uwer verdelging.
52:32Djoez 27 · p. 525

أَمْ تَأْمُرُهُمْ أَحْلَامُهُمْ بِهَٰذَا ۚ أَمْ هُمْ قَوْمٌ طَاغُونَ32

Doet hun onontwikkeld verstand hun dit zeggen, of zijn zij verdorven zondaren?
52:33Djoez 27 · p. 525

أَمْ يَقُولُونَ تَقَوَّلَهُ ۚ بَلْ لَا يُؤْمِنُونَ33

Zeggen zij: Hij heeft den Koran verzonnen? Waarlijk, zij gelooven niet.
52:34Djoez 27 · p. 525

فَلْيَأْتُوا بِحَدِيثٍ مِثْلِهِ إِنْ كَانُوا صَادِقِينَ34

Laat hen een gesprek toonen gelijk dit, indien zij de waarheid spreken.
52:35Djoez 27 · p. 525

أَمْ خُلِقُوا مِنْ غَيْرِ شَيْءٍ أَمْ هُمُ الْخَالِقُونَ35

Werden zij door niets geschapen, of waren zij hunne eigene scheppers?
52:36Djoez 27 · p. 525

أَمْ خَلَقُوا السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضَ ۚ بَلْ لَا يُوقِنُونَ36

Schiepen zij de hemelen en de aarde? Waarlijk, zij zijn niet vast overtuigd, dat God hen heeft geschapen.
52:37Djoez 27 · p. 525

أَمْ عِنْدَهُمْ خَزَائِنُ رَبِّكَ أَمْ هُمُ الْمُصَيْطِرُونَ37

Zijn de schatten van hunnen Heer in hunne handen? Zijn zij de opperste uitdeelers van alle dingen?
52:38Djoez 27 · p. 525

أَمْ لَهُمْ سُلَّمٌ يَسْتَمِعُونَ فِيهِ ۖ فَلْيَأْتِ مُسْتَمِعُهُمْ بِسُلْطَانٍ مُبِينٍ38

Hebben zij eene ladder, waardoor zij naar den hemel kunnen opstijgen, en de gesprekken der engelen hooren? Laat dus een, die deze heeft gehoord, een duidelijk bewijs daarvoor aanwijzen.
52:39Djoez 27 · p. 525

أَمْ لَهُ الْبَنَاتُ وَلَكُمُ الْبَنُونَ39

Heeft God dochters en hebt gij zonen?
52:40Djoez 27 · p. 525

أَمْ تَسْأَلُهُمْ أَجْرًا فَهُمْ مِنْ مَغْرَمٍ مُثْقَلُونَ40

Vraagt gij hun eene belooning voor uwe prediking? Maar zij zijn met schulden beladen.
52:41Djoez 27 · p. 525

أَمْ عِنْدَهُمُ الْغَيْبُ فَهُمْ يَكْتُبُونَ41

Zijn de geheimen der toekomst hun bekend, en schrijven zij die van de tafel van Gods besluiten over?
52:42Djoez 27 · p. 525

أَمْ يُرِيدُونَ كَيْدًا ۖ فَالَّذِينَ كَفَرُوا هُمُ الْمَكِيدُونَ42

Trachten zij u een valstrik te spannen? Maar de ongeloovigen zijn het, die verschalkt zullen worden.
52:43Djoez 27 · p. 525

أَمْ لَهُمْ إِلَٰهٌ غَيْرُ اللَّهِ ۚ سُبْحَانَ اللَّهِ عَمَّا يُشْرِكُونَ43

Hebben zij een god buiten God? God zij verre verheven boven de afgoden, welke zij met Hem vereenigen!
52:44Djoez 27 · p. 525

وَإِنْ يَرَوْا كِسْفًا مِنَ السَّمَاءِ سَاقِطًا يَقُولُوا سَحَابٌ مَرْكُومٌ44

Indien zij een deel van den hemel op zich zagen nedervallen. Zouden zij zeggen: het is slechts eene dikke wolk.
52:45Djoez 27 · p. 525

فَذَرْهُمْ حَتَّىٰ يُلَاقُوا يَوْمَهُمُ الَّذِي فِيهِ يُصْعَقُونَ45

Daarom verlaat hen, tot zij aan hunnen dag zullen zijn gekomen, waarop zij, uit vrees, in zwijm zullen vallen.
52:46Djoez 27 · p. 525

يَوْمَ لَا يُغْنِي عَنْهُمْ كَيْدُهُمْ شَيْئًا وَلَا هُمْ يُنْصَرُونَ46

Een dag, waarop hunne doortrapte verzinsels hun volstrekt niet zullen baten en zij niet ondersteund zullen worden.
52:47Djoez 27 · p. 525

وَإِنَّ لِلَّذِينَ ظَلَمُوا عَذَابًا دُونَ ذَٰلِكَ وَلَٰكِنَّ أَكْثَرَهُمْ لَا يَعْلَمُونَ47

En zij, die onrechtvaardig handelen, zullen zekerlijk eene andere straf buiten deze ondergaan; maar het meerendeel hunner begrijpt niet.
52:48Djoez 27 · p. 525

وَاصْبِرْ لِحُكْمِ رَبِّكَ فَإِنَّكَ بِأَعْيُنِنَا ۖ وَسَبِّحْ بِحَمْدِ رَبِّكَ حِينَ تَقُومُ48

Wacht geduldig het oordeel van uwen Heer nopens hen af; want gij zijt onder onze oogen. Verkondig den lof van uwen Heer als gij opstaat.
52:49Djoez 27 · p. 525

وَمِنَ اللَّيْلِ فَسَبِّحْهُ وَإِدْبَارَ النُّجُومِ49

En prijs hem des nachts en als de sterren beginnen te verdwijnen.

Afspelen vanaf het begin van de soera

Fares Abbad - At-Tur · Tlawati