Dutch

Sad · 38:18

إِنَّا سَخَّرْنَا الْجِبَالَ مَعَهُ يُسَبِّحْنَ بِالْعَشِيِّ وَالْإِشْرَاقِ

Wij dwongen de bergen, onzen lof met hem te verkondigen, des avonds en bij het opgaan der zon;

ތިޔަ ބަހުން ތަފްސީރު

ޢަރަބި ތަފްސީރު

ތަރުޖަމާ

އަޑުއަހާ